Spartax
 

Overwaardering vruchtgebruik: voordeel van alle aard of abnormaal of goedgunstig voordeel?

 
 

Spartax is een internetmedium dat betrouwbare informatie en tools wil aanbieden aan de fiscale professional. Getuige daarvan is de eerste tool inzake de waardering van vruchtgebruik die u kan vinden op www.spartax.eu. Daarnaast wenst Spartax u ook een nieuwsbrief aan te bieden, die niet zomaar de nieuwsfeiten uit de gebruikelijke fiscale nieuwsbrieven herkauwt. Steeds wordt de focus gelegd op één item inzake vastgoedfiscaliteit: een markant precedent, een dreigend gevaar of een verleidelijke opportuniteit.

De rechtbank van Leuven roert de trom inzake de waardering van vruchtgebruik, zoveel is duidelijk. Na de bespreking van een eerste vonnis (zie onze eerdere nieuwsbrief) zijn er nu ook twee nieuwe vonnissen (10 juni 2016 en 27 juli 2016). Inhoudelijk herneemt de rechtbank consequent haar mantra van het eerste vonnis. Concreet past zij de facto de nieuwe methode van de rulingcommissie toe (zie onze eerdere nieuwsbrief in dat verband) en zij verwijst daar zelfs uitdrukkelijk naar. Wat de waarderingstechniek betreft, is er dus niets nieuws onder de zon.

Om die reden is dit niet het voorwerp van deze nieuwsbrief. De vraag van deze week is of de overwaardering van het vruchtgebruik, als voordeel vanwege de vennootschap ten aanzien van de blote eigenaar – abstractie makend van de kanttekeningen op de vonnissen in dat verband – fiscaal moet belast worden als voordeel van alle aard (50,00% belasting in hoofde van de zaakvoerder(s) + sociale bijdragen) dan wel als abnormaal of goedgunstig voordeel (33,99% in hoofde van de vennootschap). Zelfs een fiscale dummy zal snappen dat het tweede danig voordeliger is dan het eerste.

De rechtbank kreeg deze vragen uitdrukkelijk voorgeschoteld door de belastingplichtigen en hun raadslieden. De betrokken sterke m/v achter de respectievelijke vennootschappen waren immers zowel zaakvoerder van de vennootschap als vennoot. Indien het voordeel van de overwaardering het gevolg is van geleverde prestaties als zaakvoerder, dan moet een voordeel van alle aard worden weerhouden. Indien het voordeel een uitvloeisel is van het aandelenbezit, dan is een abnormaal of goedgunstig voordeel op zijn plaats. De rechtbank oordeelde echter zichtbaar vastberaden dat de bevoordeling van de overwaardering gelinkt is aan het zaakvoerdersmandaat, aangezien de betrokkene als zaakvoerder beslist over de prijs die de vennootschap voor het vruchtgebruik betaalt. Indien de belastingplichtige een ander causaal verband ziet, dan moet ze dit volgens de rechtbank bewijzen. Finaal ziet de rechtbank niet in hoe de betrokken natuurlijke persoon als hoofdaandeelhouder “een grote zeggenschap” had in de betrokken transactie.

Vastgesteld moet wel worden dat de soep op fiscale controle vaak niet zo heet wordt gegeten, als er bijvoorbeeld twee huwelijkspartners blote eigenaar en vennoot zijn terwijl maar één van hen zaakvoerder is. In dergelijke gevallen komt het heel vaak voor dat de fiscus spontaan de zaakvoerder belast voor 50,00% van de overwaardering onder de vorm van een voordeel van alle aard en dat de overige 50,00% (= de 50,00% van de niet-zaakvoerder) wordt belast als abnormaal of goedgunstig voordeel. Een dergelijke aanpak valt intellectueel niet te verzoenen met de visie van de Leuvense rechtbank aangezien de Leuvense rechtbank het voordeel integraal toeschrijft aan de zaakvoerder(s). 

Vraag is nu wat de juiste visie is terzake. Het lijkt – zoals zo vaak – aangewezen de abstractie complexiteit (inzake zeggenschap e.d.) te herleiden tot concrete eenvoud om het juiste antwoord te achterhalen. In deze lijkt de Griekse logica redding te kunnen brengen. Een onderscheid moet gemaakt worden tussen drie situaties om de juiste causaliteit – en in het zog daarvan de juiste fiscaliteit – bloot te leggen, steeds met oog voor de realiteit. Of nog anders, psychologische experimenten worden altijd doorgevoerd door een controlegroep van onderzoekssubjecten te hebben naast de eigenlijke onderzoekssubjecten, teneinde elke theoretische verwarring over causale factoren uit te sluiten. Dit lijkt ook hier de aangewezen modus operandi. 

a)       In de eerste situatie, zoals die in de praktijk altijd voorkomt, is de blote eigenaar zowel vennoot als bestuursmandataris van de vennootschap; dit is ook het geval dat aanhangig was voor de rechtbank en het determinerende causaal verband springt uiteraard niet meteen in het oog; om die reden wordt best overgestapt naar de volgende situatie; 

b)      In de tweede situatie is de blote eigenaar vennoot maar geen zaakvoerder; in die omstandigheid is het zeker denkbaar – gelet op de achterliggende fiscale voordelen en het feit dat het voor de blote eigenaar-vennoot toch maar een vestzak-broekzak-operatie is (voorbehoud evenwel voor alle mogelijke sancties) – dat de vennootschap, na overleg tussen de zaakvoerder en de vennoot, het vruchtgebruik te duur aankoopt in het voordeel van de blote eigenaar;  

c)       In de derde situatie is de blote eigenaar zaakvoerder maar geen vennoot; theoretisch is de stelling van de rechtbank juist dat de zaakvoerder juridisch de vertegenwoordiger van de vennootschap bij het ondertekeningen van de vastgoedakte (met daarin de prijsverdeling); praktisch is het evenwel een beetje wereldvreemd dat de zaakvoerder zichzelf zou willen bevoordeligen, in het nadeel van de vennootschap en de vennoten; de bestuursaansprakelijkheid loert immers om de hoek en de zaakvoerder moet trouwens ook even vrijwillig en spontaan met de billen bloot in de belangenconflictenregelingprocedure.

Het besluit van de bovenstaande logische vergelijking is dat het feitelijke – en daar draait het toch om – causale verband terug te brengen is op de hoedanigheid van vennoot en niet die van zaakvoerder. Het is trouwens ook moeilijk in te zien in de meeste gevallen op welke wijze een zaakvoerder plots een enorme bonus zou hebben verdiend onder de vorm van een onderwaardering van de blote eigendom.  

Er lijkt dus meer dan een lans te kunnen worden gebroken voor de stelling van de belastingplichtigen en het is te betreuren dat de rechtbank zich strenger heeft opgesteld dan vele/alle fiscale controleurs. Het blijft dus even hengelen naar positieve rechtspraak. Wordt ongetwijfeld vervolgd… 

Indien u vragen, suggesties of opmerkingen heeft omtrent deze nieuwsbrief, contacteer ons dan zeker op info@spartax.eu. Surf ook even naar onze website www.spartax.eu om te zien wat wij allemaal te bieden hebben.

 

 

Spartax

T: 0488/79.83.03
https://www.spartax.eu
info@spartax.eu